Navigation

You are here

Dieetmeters

De dieetmeter helpt u om na te gaan welk risico uw dieet oplevert voor het vormen van een calcium oxalaat/ fosfaat of urinezuur niersteen. Naast adviezen specifiek bedoeld om niersteenvorming te voorkomen geeft de dieetmeter aan wat uw dieet betekende voor uw bloed urinezuurgehalte (van belang voor mensen met jicht), voor uw energie huishouding (interessant voor iedereen) en uw inname van een reeks vitamines, mineralen en antioxydanten.


De dieetmeters worden momenteel geupdate en hierdoor tijdelijk niet beschikbaar



 

Details van de dieetmeter

 

In principe rekent de dieetmeter uit wat er in uw voeding zat, hoeveel u daarvan op heeft genomen en hoeveel uw urine bereikt. Hieronder staat uitgelegd waarop de commentaren en adviezen die het programma in rood geeft zijn gebaseerd

 

Uw urine bevat teveel calcium oxalaat



De drijvende kracht achter steenvorming is de hoeveelheid slecht oplosbare stof in uw urine. Voor een calcium oxalaat steen berekent het programma daarom “calcium concentratie in de urine maal oxalaat concentratie in de urine”. Dit getal wordt gedeeld door een normaalwaarde. Is de uitkomst groter dan 1 dan heeft u teveel calciumoxalaat in de urine.

 

Uw 24 uurs oxalaatinname is te groot, eet minder oxalaat bevattend voedsel of compenseer met calciumhoudend voedsel



Urine bevat meestal 10 keer zoveel calcium als oxalaat. Een verandering in het oxalaat gehalte werkt dus tien keer zo sterk door in het calciumoxalaat product als een even grote verandering in calcium. Om de oxalaat concentratie te verlagen kunt u de urine verdunnen (meer drinken, bij zweten nog meer) of voeding met minder oxalaat eten. Wat helpt is groente koken. Hierbij lost al snel 30% van het oxalaat op in het kookvocht. U kunt ook hetzelfde eten maar iets calcium houdende voeding toevoegen. Dit lijkt vreemd omdat calcium ook een deel van de steen uitmaakt. Echter, calcium bindt ook oxalaat in de darmen. Hoe meer calcium er in uw voeding zit hoe minder oxalaat beschikbaar is om op te nemen. Magnesium doet hetzelfde als calcium, het bindt oxalaat in de darmen. Vaak bevat voeding met veel calcium ook veel magnesium. Natuurlijk komt er dan wel meer calcium in uw urine. Echter, de vermindering in oxalaat compenseert ruimschoots de verhoging in calcium. Daarnaast is er het magnesium effect. Er zit wel een bovengrens aan de calciuminname. De dieetmeter houdt rekening met de oxalaat binding en met de calcium bovengrens.

 



Uw 24 uurs zuurload is te groot, eet meer fruit en/ of groente en/of minder eiwit



Elke cel in uw lichaam produceert doorlopend een klein beetje zuur. Daarnaast voert uw voeding zuur of base toe. De lever en de nier proberen uw zuur/base evenwicht te bewaren. Voor niersteenvorming is een teveel aan zuur (een zuurload) een risico. Door een zuurload komt er calcium vrij uit het bloed en de botten. Dit calcium komt in de urine. Omdat dit calcium niet uit de darm komt gaat het urine calcium wel omhoog maar is er geen oxalaatbinding in de darm ter compensatie. Het calciumoxalaat product gaat omhoog. Dit verhoogt uw risico. Daarbij komt dat de nier bicarbonaat gaat maken om het zuur weg te vangen. Dit bicarbonaat wordt gemaakt uit citraat wat de nier uit de urine haalt. Er zit dus minder citraat in de urine na een zuurload. Citraat vangt calcium weg net zoals magnesium oxalaat wegvangt. Daarnaast houdt citraat calcium bevattende kristallen klein. Een laag citraat is een hoger risico op steenvorming. Het programma kan de urine pH voorspellen en daarmee een schatting maken van uw citraat in de urine. Voor uw voeding betekent dit dat u minder eiwit (vooral dierlijk eiwit) moet nemen en meer alkali bevatten eten zoals groente en fruit. Echter, pas daarbij op dat u niet juist die groente en fruit neemt welke weer teveel oxalaat bevat.

 



De vraag naar lichaamslengte en gewicht



De hoeveelheid zuur die uw lichaam produceert hangt af van hoeveel cellen u heeft die zuur produceren. Deze eigen zuurproductie berekenen we uit uw gewicht en lengte. 

 



De vraag heeft u 2 of meer nierstenen gevormd?



Herhaalde niersteenvormers blijken meer oxalaat en/of calcium uit hun voeding op te nemen. Als u op deze vraag ja beantwoord rekent het programma met deze hogere opname.

 



De vraag naar omgevingstemperatuur en inspanningsniveau



Uw urine volume wordt bepaald door de minimum hoeveelheid vocht die de nier altijd doorlaat (circa een halve liter) plus het overschot uit uw dieet. Dit overschot is de hoeveelheid water in het dieet min het verlies via de longen en via zweten. Wanneer u langere tijd in een warmere omgeving bent en/ of wanneer u zich meer inspant verliest u meer water via zweet. Dit effect kan oplopen tot een liter extra verlies per uur onder extreme omstandigheden. Dit water bereikt niet de urine en uw urinevolume wordt kleiner. Het programma houdt rekening met deze effecten. 

 



De vraag naar het tijdstip van uw ontbijt, lunch of diner.



Uw darmen zijn niet de hele dag bezig met het verwerken van uw voeding. In feite pieken de hoeveelheden die de urine bereiken in de uren na een maaltijd. Om het niet te uitgebreid te maken hebben we de dag ingedeeld naar de drie hoofdmaaltijden. Alles wat tussen twee hoofdmaaltijden zit wordt opgeteld bij de voorgaande maaltijd. Dit werkt in de darm ook zo. Een glas melk na een avondeten met spinazie zal nog steeds een deel van het oxalaat wegvangen. Een glas melk de volgende ochtend niet meer.

 



De verandering in serum urinezuur



Dit is vooral van belang voor mensen met jicht en voor mensen met urinezuurstenen. Uw bloed bevat altijd een basis hoeveelheid urinezuur. Dit urinezuur speelt daar een belangrijke rol als anti-oxydant. Uw lichaam maakt urinezuur door RNA/DNA uit de voeding af te breken. Uw lichaam kan ook urinezuur opbouwen met alcohol of fructose als grondstof. Dus wanneer u een alcoholische consumptie neemt of RNA/DNA rijk voedsel zoals vlees en vis of fructose rijk voedsel zoals frisdrank, honing, dan gaat uw urinezuurproductie omhoog. Daar staat tegenover dat vitamine C de productie verlaagt en dat eiwit ervoor zorgt dat de nier meer urinezuur uitscheidt. Dus wanneer u iets eet met veel eiwit maar geen of weinig RNA/DNA (alle zuivelproducten) gaat er urinezuur naar de urine. Dit vermindert het risico op urinezuurkristalvorming in het lichaam (het probleem bij jicht) maar verhoogt de hoeveelheid urinezuur in de urine (groter risico op urinezuursteenvorming). Nu is urinezuur vooral slecht oplosbaar bij een lage pH. Zoals uitgelegd onder het hoofdtsuk zuurload kun je de urine pH manipuleren met je voeding. Onder ander groente en fruit verhogen de urine pH en verlagen daarmee de drang om urinezuurkristallen te maken. Je kunt dus meer urinezuur afvoeren. Dus om op een veilige manier urinezuur af te voeren uit je bloed moet je tegelijkertijd de urine pH verhogen. De regel % onoplosbaar urinezuur in de urine geeft aan hoeveel urinezuur neer wil slaan. Hoe hoger dit getal hoe groter het risico op urinezuur steenvorming.