Navigation

You are here

Literatuur

Ontwikkelingen in de behandeling van steenziekte
 
DatumPublicatie :
H.J. de Voogt
Nadat percutane niersteenbehandeling (met behulp van instrumentarium dat via een steekgaatje door de huid in de nier wordt gebracht) na een kortstondig bestaan bijna verdrongen was door de opkomst van extracorporele schokgolflithotripsie (meestal afgekort ESWL) heeft zich ook hier een snelle ontwikkeling naar een tweede en derde generatie voorgedaan. Mocht zich de door Dornier ontwikkelde machine (in de volksmond het stenenbad geheten) in een voortdurende explosieve belangstelling over de wereld verheugen, thans is deze alweer geheel verdrongen door machines van de tweede generatie, zoals de Lithostar van Siemens en de Piezolith van Wolf. Ook elders werden hierop gelijkende en slechts in details afwijkende apparaten ontworpen en gebouwd. Het bad is overbodig geworden en met de alternatieve, piëzo-elektrisch opgewekte schokgolven is ook anesthesie niet langer noodzakelijk. Lokalisatie van stenen kan voortreffelijk geschieden met niet belastende echografie in plaats van met röntgenstralen.
 
Natuurlijk bleef men zich niet beperken tot stenen in nieren en urinewegen. Ook galstenen kunnen worden vergruisd, zij het dat vaak aanvullende maatregelen nodig zijn ter verwijdering. Het zal vermoedelijk niet lang duren of een derde generatie van draagbare en veel minder kostbare apparatuur kondigt zich aan en zal tot het gebruikelijke instrumentarium van uroloog (en gastro-enteroloog?) gaan behoren.
 
Toch bleven vanzelfsprekend problemen bestaan. Dat waren vooral de in de ureters ingeklemde stenen, waarvan de lokalisatie en de vergruizing vaak moeilijk tot onmogelijk zijn, omdat ze achter skeletdelen kunnen schuilgaan. Vaak moesten dan toch nog endoscopische of operatieve ingrepen verricht worden met de daaraan onvermijdelijk verbonden risico's en (of) complicaties.
 
Het ziet ernaar uit dat dit binnen afzienbare tijd ook op een voor de patiënt veel minder belastende manier zal kunnen. Onlangs verscheen een overzichtsartikel van Hofstetter, die zich reeds veel naam verworven heeft met zijn onderzoek naar de toepassing van laserstralen in de urologie. 1 Het is thans mogelijk gebleken met zeer kortdurende laserimpulsen van hoge intensiteit schokgolven in een zeer klein gebied op te wekken. Van belang is dat het thans ook mogelijk is gebleken de laserstralen via zeer dunne kwartsvezels (0,2-0,6 mm) voort te geleiden. De grote buigzaamheid van deze vezels maakt het mogelijk ze via de aan urologen zeer vertrouwde endoscopische instrumenten in ureters op te voeren en tot vlak bij de steen te brengen en deze daarna met ‘laserinduzierte Schockwellenlithotripsie’ (LISL) te verpulveren. Tot nu toe was zulks wel mogelijk met via star instrumentarium opgevoerde ultrageluidstrillingen of elektrohydraulische vonkenbanen, maar hierbij was de kans op perforatie groot en de techniek ervan eiste veel ervaring en leertijd van de urologen. Ook stenen in galgangen en zelfs speekselsteentjes zullen met de nieuwe methode verwijderd kunnen worden. Zelfs wordt in het artikel gespeculeerd dat wellicht in de toekomst arteriosclerotische plaques met kalkafzetting met LISL kunnen worden opgeruimd.
 
Men kan zich terecht afvragen hoe de geneeskunde er omstreeks de komende eeuwwisseling zal uitzien. Zonder daarop nu vooruit te lopen kan reeds thans gesteld worden, dat de behandeling van stenen in holle organen een spectaculaire en razendsnelle ontwikkeling heeft ondergaan.
 
Aanvaard op 19 oktober 1987
 
 
Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit, afd. Urologie, Postbus 7057, 1007 MB Amsterdam. Prof. dr.H.J.de Voogt, uroloog.
 
 
--------------------------------------------------------------------------------
 
Literatuur
 
1 Hofstetter A. Die laser-induzierte Schockwellenlithotripsie (LISL). Dtsch Med Wochenschr 1987; 112: 195-6.