Navigation

You are here

Niersteenvorming

  Hoe ontstaan nierstenen?

Nierstenen bestaan uit kristallen en organisch materiaal. Wanneer er geen kristallen in de urineweg gevormd zouden worden zou er geen niersteen kunnen ontstaan.

Echter wanneer een nier zijn normale werk goed doet is de kans op kristalvorming heel hoog. De nier heeft als taak om het bloed te zuiveren. Continu stroomt het bloed door de filtertjes van de nier en in totaal wordt er circa 180 liter bloed op een dag gefilterd. Alle voor het lichaam waardevolle stoffen worden weer teruggewonnen uit het filtraat. Alle afvalstoffen worden doorgelaten. Terugwinnen van water is een wezenlijk aspect van de nierwerking. Een nier met een goede functie kan de 180 liter terugbrengen naar een hoeveelheid tussen een halve liter en enkele liters. De exacte eindhoeveelheid wordt aangepast aan de waterbalans van het lichaam (de inname van water minus het verlies met ademen en zweten). Dit betekent dat de concentratie van afvalstoffen in de urine vanaf de filtreerstap een factor 100 of meer kan toenemen. Voor stoffen die slecht oplossen in water kan dit betekenen dat ze gaan neerslaan. Van de natuurlijk in de urine aanwezige stoffen zijn calciumoxalaat en calciumfosfaten de twee zouten die het makkelijkst neerslaan. Het kan ook gebeuren dat het bloed stoffen bevat die niet van nature in het lichaam voorkomen en die slecht oplosbaar zijn zoals sommige medicijnen [bijvoorbeeld Indinavir 50,51,75] of verontreinigingen uit het voedsel zoals melamine. Deze speciale gevallen van steenvorming zijn relatief zeldzaam maar hebben wel ernstige consequenties. Ze kunnen worden voorkomen door het de stof uit de voeding te verwijderen, zoals bij het melamine schandaal in China. Bij medicijnen waarvan de inname noodzakelijk is moet er naar worden gestreefd wel de dosis in het bloed te bereiken die nodig is voor de medicinale werking maar tevens om niet noodzakelijke piekwaardes te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door het medicijn gespreid over de dag te doseren.  

 

Een speciale vorm van steen die vaker voorkomt is de struvietsteen. Deze wordt veroorzaakt door infectie van de urineweg met bacteriën die het enzym urease uitscheiden en heten daarom ook wel infectiestenen. Struvietstenen worden vooral in de blaas aangetroffen, maar soms in de nier wanneer de infectie de nier bereikt heeft. Voor preventie van infectiestenen is het nodig dat de urease producerende bacterie uit de urineweg verwijderd wordt en dat de kans op terugkeer van zulke bacteriën wordt verkleind.  Voor het eerste is een combinatie nodig van de juiste antibiotica met volledige verwijdering van al het steenmateriaal, waarin de bacterie zich kan verschuilen. Omdat struviet beter oplost in water met een lagere pH helpt het om tijdelijk, na verwijdering van de steen restmateriaal op te lossen door de blaas te spoelen met een zure oplossing of door de urine aan te zuren met speciale medicatie.  

 

De meeste stenen bestaan echter uit calcium oxalaat en/of  calciumfosfaten. Calcium en fosfaat zijn voor het lichaam waardevol, onder andere voor goede botvorming. De nier wint zoveel mogelijk calcium en fosfaat terug uit het gefilterde bloed. Wat overblijft is het teveel aan calcium en fosfaat wat ingenomen is plus eventueel calcium en fosfaat wat vrijkomt uit botverlies. Het eerder genoemde westerse dieet met veel dierlijk eiwit en zout zorgt ook voor calcium en fosfaat verlies omdat het de nierwerking verslechterd en botafbraak stimuleert [5]. Het feit dat calcium en fosfaat waardevol zijn voor je lichaam betekent dat het niet raadzaam is de inname van calcium en fosfaat te beperken om steenvorming te voorkomen. Dit kan leiden tot ongewenst botverlies. Het wordt wel aangeraden om hele hoge inname van calcium te vermijden. Fosfaat is aanwezig in vrijwel alle voedingsmiddelen.

In tegenstelling tot de nuttige stoffen calcium en fosfaat heeft oxalaat geen duidelijk nut voor het lichaam. Het is een eindproduct van onze stofwisseling en wordt als gevolg van de normale darmwerking opgenomen uit onze voeding. Hierbij is het belangrijk te weten dat ook in de darm calcium graag oxalaat bindt. Dit betekent dat een deel van het calcium uit de voeding een positief effect heeft door opname van oxalaat te verhinderen. Het maakt dus uit of je pure chocola (een oxalaatbron) of melkchocola (met calcium uit de melk) eet. In onze dieetmeter zit dit oxalaat bindende effect van calcium in de voeding verwerkt. Beide kunnen evenveel oxalaat bevatten maar uit de melkchocola neem je minder oxalaat op. Uit grote epidemiologische studies blijkt dan ook dat het riscio op calcium oxalaat steenvorming stijgt wanneer de inname van calcium te laag is. Strikte calcium beperking zoals vroeger werd aanbevolen verhoogt vaak de kans op steenvorming en wordt volgens de huidige inzichten dan ook in de meeste gevallen afgeraden. Wat ook meespeelt is dat in de urine zich 10 tot 20 keer zoveel calcium als oxalaat bevindt. Dit betekent dat voor vorming van calciumoxalaat het oxalaat in de urine de beperkende factor is. Een kleine vermindering van de hoeveelheid oxalaat heeft een 10 tot 20 keer zo grote vermindering tot gevolg van de drang om calciumoxalaat kristallen te maken dan een even grote vermindering van de hoeveelheid calcium. Andersom geeft een kleine verhoging van de oxalaat uitscheiding een sterkere verhoging van het risico op calcium oxalaat steenvorming. Mensen met een aangeboren stofwisselingsziekte die overmatig veel oxalaat produceren hebben dan ook veel vaker nierstenen dan mensen zonder die ziekte.

 

Deze gevoeligheid van het risico op steenvorming voor de hoeveelheid oxalaat houdt omgekeerd in dat beperking van de oxalaat inname zin heeft. Omdat oxalaat geen toewijsbaar nut heeft voor het lichaam kan zo’n beperking ook geen kwaad. Oxalaat beperking is ook relatief makkelijk vol te houden omdat er een beperkte lijst is van voedingsmiddelen met een hoog oxalaat gehalte. In de dieetmeter die onze patiënten kunnen gebruiken om de effecten van hun dieet door te rekenen staan deze hoog oxalaat bevattende voedingsmiddelen in het rood (heel hoog oxalaat) en roze (licht verhoogd oxalaat) aangegeven.

 

Het meest effectief en makkelijkst vol te houden is het advies om meer te drinken. Dit zorgt voor verdunning van de urine en een snellere doorstroming van de nier wat kristallen die toch gevormd worden minder kans geeft om achter te blijven. Een combinatie van beperkte dierlijk eiwitinname, beperkte zoutinname en voldoende drinken vermindert de kans op steenvorming duidelijk.

Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat specifieke voedingsgewoontes het risico op calcium oxalaat steenvorming te vergroten. Het belangrijkst blijkt daarbij het zogenaamde westerse dieet te zijn. Dit dieet is rijk aan dierlijk eiwit en zout en dit zorgt voor het al genoemde vrijkomen van calcium en fosfaat uit uw botten en voor slechtere nierwerking. Het eerste houdt verband met het feit dat dierlijk eiwit een zuurbelasting vormt voor uw lichaam [5]. Deze zuurbelasting heeft ook directe effecten op uw niercellen. Ze gaan meer citraat terugwinnen uit de urine. Dit citraat zetten ze om in bicarbonaat om de verzuring te bestijden. Citraat is een stof die de vorming van grote kristalaggregaten in de urine helpt voorkomen [1,3,4]. Wanneer er minder citraat in de urine overblijft neemt de kans op vorming van te grote kristalaggregaten toe [1,4,13]. Hiernaast kan de zuurbelasting mogelijk ook leiden tot overbelasting van de niercellen die daardoor hun natuurlijke vermogen om plakken van kristallen tegen te gaan verliezen [78]. Groenten en fruit vormen daarentegen een alkali belasting voor je lichaam. Ze werken dus de andere kant op. Niet de zuurgraad van het voedingsmiddel maar het gehalte aan organische zuren zoals citraat en tartraat is daarbij belangrijk. Sinaasappelsap, wat van zichzelf zuur is, vormt voor je lichaam een alkali belasting omdat het veel citraat bevat. Dit citraat wordt zoals eerder gezegd door de nier maar ook door de lever omgezet in bicarbonaat wat waterstofionen kan wegvangen en dus een alkali is.

Helaas blijkt in de praktijk dat het moeilijk vol te houden is om blijvend meer te drinken, minder oxalaat te eten en een teveel aan dierlijk eiwit en aan zout te vermijden. Het is moeilijk om uit te maken of je voldoende groenten en fruit eet om de zuurbelasting van het eiwit tegen te gaan en tegelijkertijd of die groente en fruit-consumptie niet gepaard gaat met een hoge oxalaat inname. Om u te ondersteunen bij het volgen van deze adviezen bieden wij dan ook een extra service aan die feedback geeft over hoe goed u zich aan de adviezen houdt en tevens verbeterpunten aanwijst.